quad versterker, quad luidspreker, revisie, ombouw, reparatie
Armand van Ommeren
Kerkstraat 56
4854 CG Bavel
The Netherlands
0161-432451
armand@quadrevisie.nl
KvK Breda 20064173



<< Terug
 

B&W 801 driewegluidspreker

Tweemaal in 25 jaar



© Jan Kool, Luister, oktober 1979

Voor degenen die de kop boven dit artikel wat raadselachtig vinden, haast ik mij met uitleg te geven. In de 'HiFi'-eeuw ben ik pas twee keer zo onder de indruk van een luidsprekerontwerp geweest, dat ik vond dat er sprake was van een nieuwe standaard. De eerste keer was dat bij het verschijnen van de Quad elektrostaat en de tweede keer toen ik kennis maakte met deze nieuwe B&W.

Natuurlijk zijn er de afgelopen vijfentwintig jaar vele luidsprekers geweest die bijzonder goed waren, of zelfs soms sensationeel konden worden genoemd. Daaronder, in het begin, de monumentale Wharfedales, later verscheidene modellen van KEF en we moeten natuurlijk niet vergeten een aantal revolutionaire modellen van B&W zelf Speciaal die waar faselineariteit een belangrijke rol in speelde. Niet alleen kunnen vele ontwerpen uit Engeland erbij worden gezet als we een lijst zouden opstellen, maar ook uit ons eigen land kwam een aantal zeer attractieve en opmerkelijke luidsprekers, die nog steeds onze aandacht waard zijn. De 3-KF of de Hepta CR-Lux, om er eens twee te noemen.

Hoe goed, of sensationeel zo u wenst, ze ook waren, ze waren echter geen van allen in staat om mij, of wie dan ook, te laten voelen dat een nieuwe mijlpaal in muziekweergave was bereikt. Niet op de manier waarop tweeëntwintig jaar (1955!) geleden de Quad dat deed, toen over de gehele wereld luidsprekerontwerpers erg ongerust werden en allemaal probeerden om zijn doorzichtigheid, vrijheid van kleuring en impulsweergave te evenaren (onmogelijk!) of te benaderen. Geen hogere lof dan: 'bijna een Quad elektrostaat' kon worden gegeven. Triest, dat de nadruk blééf liggen op 'bijna'. De ongezonder geesten onder de concurrentie en/of de zogenaamde 'experts' probeerden in die tijd de bas in diskrediet te brengen, maar het ontwerp overleefde en kan nog steeds in vele aspecten een standaard worden genoemd.

Nu heb ik het gevoel dat we een tweede geval hebben van een luidspreker die heel goed een standaard zou kunnen worden voor andere. Vreemd genoeg niet door geheel nieuwe of revolutionaire beginselen, maar eerder door methoden in ontwerpen en produceren, die tot hun uiterste verfijning zijn ontwikkeld. De basis is nog steeds een bewegende spoel in een sterk magnetisch veld, maar de verschillende eenheden zijn een lange weg gegaan sedert de eerste papieren conus in beweging werd gebracht!

Er is haast een neiging om te denken dat er een connectie bestaat met de 'bewegende spoel' elementen (de MC's), die als de absolute winnaars worden beschouwd in deze tijd. Het is hetzelfde principe maar dan omgekeerd. Dat is een misvatting. De enige werkelijke parallel ligt in de vergelijkbare zeldzaamheid van nieuwe standaards in elementen. Het beste begin was de onvergelijkelijke Ronette TX-88 (kristal n.b!), die pas echt werd overtroffen door de Ortofon C moving coil in de mono dagen. Later kregen we de ADC-l, de praktisch gelijke in geluidskwaliteit maar nu stereo. Dan een lange periode van geleidelijke verbeteringen, beheerst door Shure, ADC en later Stan- ton als een hevige concurrent. De eerste echte nieuwe standaard was echter weer een MC, de Ortofon MC-20, gevolgd door verdere ontwikkelingen in het MC gebeuren.

Terug naar de 801
In een artikel over mijn recente bezoek aan Engeland (Luister van september 1979, zie elders op de site) heb ik de nieuwe productiemethoden beschreven, waar de computer zo'n belangrijk aandeel in heeft. Grotendeels is het te danken aan de verfijningen, mogelijk gemaakt door deze angstaanjagende machine èn de toepassingen van laser technieken, dat de uitzonderlijke kwaliteiten konden worden bereikt. Natuurlijk is een fundamenteel inzicht noodzakelijk in de problemen die samenhangen met luidsprekerontwerpen, ook in de eisen die de muziek stelt aan de weergever. Een computer moet eerst worden gevoerd en om de juiste ingrediënten te kennen voor zijn menu moet men een heel goede kok zijn! Hetzelfde geldt voor de laserstraal en het kostte B&W heel wat tijd voor zij de computer konden laten werken in plaats van zelf te zwoegen voor de computer! Maar tenslotte kwam de tijd, dat het gehele team zijn programma kon beginnen voor een echt 'compromisloos' ontwerp. En 'geen compromis' betekent hier precies dàt. Met als enige beperking de fysieke afmetingen natuurlijk. Zoals op papier gezet door B&W: 'Ieder model uit de 80-serie zal het beste vertegenwoordigen dat wij kunnen maken,... punt!' De 80-serie is een toekomstige (en nu al begonnen) lijn van luidsprekers, die in verschillende afmetingen zullen worden ontworpen maar praktisch zonder gedachten over de kosten. Bestemd voor professioneel gebruik én voor de liefhebbers 'die bereid zijn een hogere prijs te betalen voor een uitgesproken beter product'.

De 801 is voorlopig het grootste model met een baskamer van 100 liter, die een geheel nieuwe 13 inch eenheid belast. De weergave gaat door tot ver beneden 30 Hz (in mijn huis werd er niet gestopt bij 25) met een systeemresonantie van ongeveer 37 Hz. Ongeveer, omdat hij zeer weinig uitgesproken is met een Q van 0,7. Tijdens de ontwikkeling werd nog eens vastgesteld, dat subjectief gezien het er niet veel toe doet wàt de resonantiefrequentie is zolang deze voldoende laag blijft. Maar de mate van geprononceerdheid – de Q factor – dient gering te zijn. Dit is bereikt en de bas heeft het prettige solide gevoel van praktisch ongelimiteerd te zijn. Bovendien is de combinatie van kast en eenheid met gemak die met de geringste kleuring in het laag die ik ooit hoorde, behalve misschien in mijn eigen behuizingen, die meer dan drie maal het interne volume hebben en niet meer transporteerbaar kunnen worden genoemd. Ze zijn niet beter maar hebben hun gigantische afmetingen nodig om de gelijke te zijn! Verder nauwelijks noodzaak om te vermelden, dat het verwerken van impulsen zeer indrukwekkend is. Zelfs een waanzinnig geworden paukenist zal hem niet bang maken.

Uniek stereo-effect
Het middengebied wordt verwerkt door een 10 cm eenheid. De conus is van hetzelfde geweven materiaal gemaakt, dat zo succesvol was in de DM-6 en de DM-7. Het wordt Kevlar genoemd en heeft veel betere zelfdempende eigenschappen dan Bextreen, het materiaal dat steeds populairder werd voor luidsprekerconussen en vaak veel beter was dan papier maar weer zijn eigen problemen introduceerde. De gelijkmatige weergave van de Kevlar conus werd nog verbeterd door het laser onderzoek, toen men vond dat in plaats van het dempen van het gehele oppervlak kon worden volstaan met een smalle ring van 'dope' om een kleine piek, buiten het werkingsgebied maar nog net van invloed, weg te werken zonder enige significante vergroting van de massa. Middengebiedweergave van de DM-6 werd algemeen al als opmerkelijk goed beschouwd. Nu is het nog verbeterd en ik denk dat speciaal deze kwaliteit, samen met de zeer gave en bijzonder ruime spreiding van het systeem over zijn gehele bereik, verantwoordelijk is voor het gevoel een nieuwe standaard te hebben gevonden. De uiterste zorg die is besteed aan de behuizingen van de eenheden, zodat alle ongewenste reflecties worden vermeden, dragen in hoge mate bij tot het geheel geïntegreerde geluid. Ook is er een uniek effect in het stereobeeld, doordat de luisterpositie nauwelijks meer belangrijk is. Het 'podium' blijft zeer solide en duidelijk geplaatst. Dit is eerder geprobeerd met mengen van direct en gereflecteerd geluid of met totale reflecties en andere trucs, maar in de meeste gevallen leidde het tot vervaging, zoals in de vorm van één jongenssopraan die verandert in de complete Wiener Sängerknaben. Luidsprekers als de DM-7 en de Hepta CR-Lux wezen de betere weg al en nu is het consequent toegepast op de behuizing van alle drie eenheden, zoals kan worden gezien aan de afgeschuinde kanten van de kast en combinatie er bovenop. Zelfs het typisch gevormde stukje kunststof tussen tweeter en middenspeaker is het resultaat van uitgebreide proeven op het gebied van stralingspatronen.

De tweeter is een verdere ontwikkeling van die van de DM-7. Het membraan weegt niet meer dan drietiende van een gram en de weergave gaat tot ver boven het menselijk gehoor, zelfs van 8-jarigen (die het niets kan schelen!).

Gewend als ik ben aan het geluid van elektrostatische luidsprekers (de B&W 702's in mijn immense combinaties met elektronisch crossover bij 440 Hz) dacht ik, voor ik de 801 's hoorde, nog steeds te zullen prefereren boven deze nieuwe luidsprekers. Naderhand moest ik toegeven, dat zij hun meesters hadden gevonden en in de nabije toekomst zullen de 801 componenten ze hebben vervangen. De warmte, de natuurlijkheid, de snelheid bij impulsen en de opmerkelijke spreiding zijn tè onmiddellijk overtuigend. Op advies van John Bowers zal ik mijn bas behuizingen handhaven, al was het alleen maar om de pret. De 'Radar' erbovenop zal moeten verdwijnen en worden vervangen door de 801 top. De basweergevers zullen natuurlijk worden vervangen door die van de nieuwe B&W. Vergeleken met de elektrostaten zal ik er niet op verliezen wat impulsweergave betreft, het frequentiebereik in het hoog zal aanzienlijk winnen, en weer moet ik het benadrukken: het stereobeeld zal aanzienlijk beter zijn.

Ik heb nu een flinke periode met de 801 's geleefd en was geheel bereid mijn eigen systemen te slopen. Alleen door John's aandringen echter is het niet tot puinruimen gekomen in mijn huiskamer en zijn de 801's niet ervoor in de plaats gekomen. Ik had het bijna gedaan toen de DM-6 verscheen, en nog eens bij de DM-7. Beide keren kon ik nog niet scheiden van mijn 702's noch van de basreuzen. Nu zou ik echter heel gelukkig zijn met de 801 ervoor in de plaats. Dit is bij géén vorige luidspreker gebeurd. Dus als u hieruit wilt concluderen dat de nieuwe B&W wel een heel speciale luidspreker is, dan denk ik dat u volkomen gelijk hebt. Voor mij (en verscheidene anderen die hem hoor- den, Chris Rutgers van Hepta bijvoorbeeld) beslist een nieuwe standaard.

Ze kunnen natuurlijk zeer grote vermogens aan en zijn bovendien elektronisch beveiligd. Een wat vrijstaande positie is het prettigst, dus niet stijf in een hoek, en een royale versterker, minimaal een 50 Watt lijkt mij in een kamer van 7x4 m en méér in grote kamers, zeker aan te bevelen. U kunt rustig tot meer dan 200 Watt gaan. De beveiliging treedt in werking bij ca. 230 Watt. Grotere vermogens zijn in zelfs de grootste woonruimten overbodig en behoren tot het hoofdstuk audioverdwazing. Natuurlijk zijn ze kostbaar maar naar de prestatie gemeten beslist niet te duur. Weer eens een echt opwindende audiobelevenis!

Importeur: Audioscript, Loosdrecht. Prijs: ca. f 2750,- per stuk (1979)


B&W 801 Matrix driewegluidspreker



© Jan Kool, Luister, september 1988

Dat 'op veler verzoek' vertrouw ik nooit als ik het als smoes hoor voor het (goedkoop!) herhalen van een tv-programma. Het heeft meestal dezelfde waarde als 'velen met mij' in ingezonden brieven, maar ik kan u verzekeren dat er ditmaal zelfs om werd gezeurd. Telkens weer, vooral op de telefoon uren, werd mij gevraagd om de zeer fors uit de kluiten gewassen 801 eens onderhanden te nemen. Vooral natuurlijk omdat de ge interesseerden door hebben, dat ik ook veel met de machtige KEF RR 107 werk. Nu ik toch met de goedkope 800-serie in de weer was, heb ik tot slot die reuzen eerst bij de importeur en daarna voor langere tijd thuis beluisterd. Dat betekende wel enige verhuizerij! Maar na de 107 en het zware werk van de Celestion 6000 ontkom je niet meer aan de 801, die gelukkig op wielen stond.

Een echte nieuwe
Velen blijken te veronderstellen dat de 801 Matrix alleen maar een wat gemodificeerde 801 is, maar dat is een vergissing. Het gaat echt om een geheel nieuwe luidspreker, die uiterlijk niet veel lijkt veranderd (misschien was een duidelijker uiterlijk verschil wel verstandig geweest). Om te beginnen is het al geen gesloten systeem meer, maar een basreflex met een zeer laag afgestemde poort zodat het vrije veld –6 dB punt op liefst 17,5Hz is komen te liggen, bijna een vol octaaf lager dan de vroegere 801. Dan zijn alle drie de eenheden, via het C(omputer) A(ided) D(esign) systeem, geheel nieuw en natuurlijk is de behuizing door het Matrixsysteem totaal anders en kan het geen enkele eigen kleuring toevoegen. Een en ander leidt dan ook tot een gewicht van 50 kg! Een 30 cm bas-, 12,6 cm (Kevlar) midden- en 26 mm metalen koepel hoogweergever verzorgen het hier letterlijk ongelimiteerde bereik. Het is de derde luidspreker waar ik de 16,3 Hz van mijn test-CD mee hoorbaar kan maken, net als de twee andere natuurlijk flink verzwakt, maar er is ook geen kamer waar het echt op sterkte zou kunnen.

Voor mijn oren is het óók een geheel nieuwe luidspreker. Ik leefde lange tijd met zijn voorganger, maar met de baseenheden nog in mijn eigen behuizingen, zoals velen van u nog wel weten. Die bijna asociale geweldenaars wekten vaak bewondering (en afgunst!), maar dit nieuwe systeem slaat het vorige nog met stukken. En daarmee zit je meteen met het probleem 'Wat is er dan zoveel beter?' Bovendien verlangt men beslist van mij een vergelijking met de KEF 107 en de Celestion 6000. Nu is hij voor f 4998,- (zeg maar: f 5000,- per stuk) ook nog de kostbaarste, al zal in die categorie voor de gelukkige, die zich één van die drie kan veroorloven, een prijsverschil nauwelijks bepalend zijn voor de keuze.

We zitten hier echt met zo'n geval als bij drie 'beste' CD-spelers. Er zijn waarneembare verschillen maar we zijn ook bezig op een soort maximum kwaliteitsniveau waar het eigenlijk voortdurend alleen maar genieten is. De winst t.o.v. de oorspronkelijke 801 is duidelijker aan te geven. Ten eerste is dat natuurlijk het ongelimiteerde laag, maar – voor mij belangrijker – een zeer uitgesproken winst aan detaillering. Dat geldt niet alleen voor de bas, die echt enorm veel strakker en beter getekend is dan bij de eerste 801, maar ook de 'koppen' hebben veel gehad aan wat men leerde tijdens de ontwikkelingen van de eerste Matrixen, waarbij toen ook geheel nieuwe midden- en hoogeenheden noodzakelijk bleken. Ook is nu, door die nog betere detaillering en het uiterst vlakke frequentieverloop, de 801 nog 'onthullender' geworden voor de opnamen die men afspeelt. En dan: beter dan een van die twee andere? Héél moeilijk! Ik werk vaak met de 107, gebruikte lang de Active One, op mijn werkkamer nu vooral de CM-2, en ik heb bij de 801 het gevoel, dat er een nog wat strakkere bas is dan in de 107, niet meer. Het bereik is hetzelfde maar het lijkt nog gemakkelijker, bijna als vanzelfsprekend te gaan. De KEF heeft nog een actieve ingreep nodig via de Kube, maar of dàt nou veel uitmaakt betwijfel ik. Iets dergelijks had ik ook bij de System 6000 van Celestion, maar je zit bij alle drie met zo'n prachtig compleet en natuurlijk geheel, dat ik echt geen absolute winnaar durf aan te wijzen. Als ik moest kiezen voor eigen gebruik? Ik geloof de 801 maar als de 107 er weer staat barst ik beslist niet in tranen uit! Wel geloof ik, dat we met deze drie zeer dicht bij het beste zitten, dat met 'conus'-luidsprekers mogelijk is en ze tonen aan dat alle pogingen om met veel meer eenheden of zeer ingewikkelde constructies eigenlijk steeds een bewijs van machteloosheid zijn. 3-Weg, optimaal toegepast, zoals bij deze Britten, leidt tot verbijsterend mooie resultaten, vooral muzikaal mooi. Alleen totaal andere systemen zullen een nog transparanter midden en hoog kunnen leveren (zoals elektrostaten natuurlijk), maar hoe je er tegelijk zo'n machtige bas, zo prachtig gedefinieerd bij moet krijgen is me een raadsel. De kat prefereert de 801 omdat de bovenkant zo lekker zacht is (speciaal het rechterkanaal), mijn vrouw prefereert hem omdat hij met 100,8 cm flink lager is dan de 107 en dus minder opvalt, maar geen van beiden geeft mij een geldige muzikale reden.

Nawoord
Waar Jan en ik het nooit over eens werden – hoewel ik hem ervan verdenk dat hij het wel degelijk met me eens was! – was het oordeel over de Active One, de DM7 en in mindere mate de DM6. Beide eerste behoren in mijn oren tot de twee echte miskleunen van Bowers & Wilkins, de DM6 is schiet vooral in het laag tekort. Ik schreef destijds op zijn verzoek de recensie van de DM7, maar die is nooit geplaatst omdat ik de DM7 niet goed vond: vooral stemmen kwamen er niet goed af.

Eens zaten wij op een zondagmiddag naar Discotabel te luisteren toen Jan belde of we zin hadden een glas wijn te komen drinken? Wij woonden toen in Bussum en hij als bekend in Loosdrecht. Wij in de auto en onderweg verder luisteren naar Discotabel. Eén van de panelleden was Guus Feist die ik heel goed ken als collega van de Wereldomroep. Zelf op de modale Becker radio in de auto was de stem van Guus volstrekt normaal. Bij Jan aangekomen echter stond ook Discotabel aan via de Active One en was nagenoeg onherkenbaar. Ik zei dat ook en Jan stelde lachend vast dat de Active One niet zo goed was op stemmen….. ik was sprakeloos: dat werd gezegd door Jan Kool die altijd benadrukte dat stemweergave het meest kritische was?

Kortom, ik snap nog steeds niet dat hij ook in dit artikel deze drie luidsprekers in één adem noemt met de 801, de KEF 107 en de Celestion 6000. Hij had wel met recht de 802 kunnen noemen die ik altijd de meerdere heb gevonden van de 801, maar die in elk geval van gelijke klasse was.

Armand van Ommeren 2013

<< Terug