quad versterker, quad luidspreker, revisie, ombouw, reparatie
Armand van Ommeren
Kerkstraat 56
4854 CG Bavel
The Netherlands
0161-432451
armand@quadrevisie.nl
KvK Breda 20064173



<< Terug
 

Quad Musikwiedergabe ESL 63 QA
De beste luidspreker die ik ooit heb gehoord

 

©Armand van Ommeren

 

Die zaterdagmiddag in Domburg (klik hier) heeft heel wat overhoop gehaald. In dat verslag kunt u, net als in de test van de ESL 55, al iets lezen over de activiteiten van Manfred Stein voor wat betreft het opknappen van elektrostatische luidsprekers. Zijn versie van de ESL 63 maakte op de luisteraars direct indruk en ik was zo gelukkig een aantal weken met deze luidsprekers te mogen leven, hoewel, als ik naar mijn banksaldo kijk, weet ik niet zeker of ik daar wel blij mee moet zijn...



Originaliteit
Van verschillende kanten kreeg ik reacties op de middag in Domburg en andere artikelen over dit onderwerp en een aantal mensen stelde dat er ook anderen zijn die dit soort activiteiten ontplooien en die het accent leggen op originaliteit. Men legt dan de nadruk op het gebruik van dezelfde materialen als Quad deed. Ik ben het daar om allerlei redenen mee oneens; sterker, er is alle reden om dat juist niet te doen. Dit vereist toelichting.

In de eerste plaats dient elke fabrikant die wil overleven voor alle componenten die hij nodig heeft minimaal twee leveranciers te hebben. Doe je dat niet dan loop je de kans dat de productie stilvalt en dat je niet kunt leveren. Klanten kopen dan iets anders en je bent failliet voor je het weet. Het hele 66 project van Quad is daarop (helaas!) onderuit gegaan (IC in de tuner en loopwerk in de CD-speler). Ik meen me ook te herinneren dat er eens een paar honderd 33 voorversterkers in de fabriek stonden, gereed voor verzending, wachtend op de volumeknop...


Overzie je bijvoorbeeld de gebruikte componenten in de 33 en de 303 dan zie je behalve wijzigingen aan de printen ook allerlei soorten elco’s en weerstanden langskomen. De volumeregelaar bezorgde de fabriek altijd al problemen omdat Peter Walker persé de netschakelaar op de volumeregelaar wilde hebben en waar mogelijk graag Britse componenten wilde gebruiken. Maar ook Plessey – destijds de belangrijkste fabrikant van potentiometers op Britse eiland – maakte er ook een potje van, zodat Quad later knarsetandend moest uitwijken naar Japanse volumeregelaars. Er zijn nogal wat verschillende combinaties mogelijk en wat noem je dan origineel? Daar kom je nooit meer uit, zeker niet als je bedenkt wat er destijds voorhanden was en wat de beste keus van de fabrikant zou zijn geweest? Quad had er een handje van voor goedkope componenten te kiezen, men was èrg zuinig, waar we wel direct aan moeten toevoegen dat de ontwerpen van PW c.s. zeer ruimhartig waren: ze trekken zich niet bar veel aan van verschillen in de onderdelen, maar er zijn grenzen. Condensatoren met aluminium draden die eruit vallen werken natuurlijk niet; is wel gebeurd. Vergeet ook niet dat doorgaans bij het ontwerpen zelf eersteklas onderdelen worden gebruikt – compromissen komen later en wat is dan origineel?

Nee, wanneer we spreken van ‘originaliteit’ vind ik de integriteit van het ontwerp en de ontwerper het enig belangrijke en die komen absoluut niet in het gedrang wanneer iemand onderdelen of aanpassingen toepast die in overeenstemming zijn met de uitgangspunten en het doel van de ontwerper. De hogere voedingsspanning als door Ruud Jansen beschreven bij de 33 is daarvan een goed voorbeeld: PW zou dat zelf zeker hebben gedaan, wanneer de elco’s die daarvoor nodig waren in die tijd in het kastje hadden gepast. Nu passen ze erin, dus je tast het ontwerp niet aan door dat te doen. Sterker, het geeft door de daarop volgende kwaliteitsverbetering alleen maar aan hoe geniaal het oorspronkelijke ontwerp was!

Zoals het boek over Quad (recensie: klik hier) duidelijk maakt, verloor PW elke interesse in een project zodra het ontwerp klaar was; volstrekt normaal bij grote ontwerpers. Interesse in de productie had hij al helemaal niet. Zoon Ross – als je het mij vraagt een kwal van klasse – foetert in voornoemd boek wel op zijn vader als het om productie gaat, maar waarom loste hij dat dan niet op? Als hij het allemaal zo goed wist? Hij had wel tijd om het familiekapitaal erdoor te jagen (vandaar dat Quad nu een Chinees bedrijf is...).

Sinds ik me wat actiever met de renovatie van Quad bezighoud, zie ik ook wat er aan materiaal werd gebruikt en daar word ik niet altijd vrolijk van. Aan de andere kant moet je ook toegeven dat het misschien wat makkelijk is om na 40 jaar bij een oude 33 voorversterker te roepen dat het zoveel beter had gekund. Dat is natuurlijk waar, maar de meeste tijdgenoten lagen 20 jaar geleden al op de belt. En een oude Quad versterker brengt nog steeds geld op en is altijd te herstellen. Wie doet ze dat na? Kortom, de kritiek is terecht, maar wel in het juiste perspectief graag!

IC’s
Een goed voorbeeld is het gebruikte IC in de signaalweg van de 34 en 44 voorversterkers en de 405 eindversterkers. Uit misplaatste zuinigheid heeft men daarvoor een ordinair TL 071 type gebruikt, terwijl er, óók toen, betere voorhanden waren. Ik vind daarom dat je de originaliteit niet aantast door een beter IC te gebruiken. Vergeet niet dat men dat op de fabriek natuurlijk donders goed wist, waarschijnlijk in de prototypen de betere gebruikte en je mag rustig stellen dat men pas later heeft besloten in de productie het goedkopere IC te gaan gebruiken. Je kunt dus met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat het duurdere IC het origineel moet zijn geweest! Kortom, als het persé origineel zijn moet, kun je daar nog een aardige boom over opzetten!

Rammelkast
Terug naar de luidsprekers. De overheersende indruk van de originele Quad luidsprekers – alle! – is er een van slordige productie. De oude ESL 55 was gewoon een rammelkast, zat flodderig in elkaar met slecht hout, resonerende metalen grills voor en achter, torderende elementen, gekreukelde stofafdichting en gaat u maar door. Het was gewoon aan de toewijding van Henri H. van Hessen en zijn mensen bij TransTec destijds te danken dat de oude ESL hier een zekere populariteit genoot; elders in de wereld waar men minder toegewijd was, was dat ook niet zo. Kortom, een geniaal ontwerp en een zeer te wensen overlatende productiekwaliteit. De auto-industrie in Engeland was daar ook aardig in thuis … Komt er dan iemand die de puntjes op de i zet, de hele zaak uit elkaar haalt en opnieuw opbouwt op een betere manier en met dezelfde uitgangspunten, die in feite niets anders doet dan wat Quad zèlf had moeten doen, dan moeten we niet over originaliteit gaan mekkeren: wanneer een klassieke auto van de grond af aan opnieuw wordt opgebouwd, is deze ook nog origineel, maar vrijwel zeker beter dan het origineel. Het verschuift van massa-productie naar handmatige productie. Zou originaliteit betekenen dat je het net zo beroerd maakt als het oorspronkelijk was, waar ben je dan mee bezig?

ESL 55 en 63
Zoals de lezer waarschijnlijk weet, (zo niet, dan kunt u dat elders op de site lezen: test van de 988), luister ik al vele jaren naar Quads. Eerst de 55 (1972) dan de 63 (1981) en nu de 988 (2004). Van die drie is de 988 duidelijk de winnaar, hij is beter dan mijn 63’s die inmiddels door Manfred zijn gereviseerd en die nu weer beter zijn dan de 988. In de loop der jaren heb ik een paar maal problemen met de 63 gehad die door TransTec altijd uitstekend zijn verholpen. Die tijd is echter voorbij en komt niet meer terug.

Een hele tijd geleden heb ik een aantal weken met de oude ESL 55 geleefd zoals die door Quad Musikwiedergabe in Koblenz opnieuw worden opgebouwd. Zelf heb ik ze een kleine 10 jaar gebruikt en een tweede stel nog langer op locatie bij opnamen. Zoals u elders kunt lezen (klik hier), was hier zeker van een metamorfose sprake. Bij de renovatie van de ESL 63 van een goede vriend deed zich iets soortgelijks voor. En toen kwam die middag in Domburg...



Maar nu thuis
Een verslag over de ervaringen in Domburg kunt u eveneens elders op de site lezen en daar stonden ze naast elkaar: de oude 55 in de Duitse versie, de nieuwe 2805 en de ESL 63 QA. Een bijzondere vergelijking, maar met omstandigheden en muziek die je niet kent en ondanks de ruime tijd die per fragment werd genomen, niet de situatie om definitieve conclusies te trekken. Thuis, na een paar weken intensief luisteren, kan ik niet anders dan zeggen dat ik helemaal verbluft ben. Laat ik echter eerst iets zeggen over de bouw van de Koblenze ESL 63 QA.

Zoals u op de foto ziet, is het eigenlijk een ESL 63 gevat in een solide houten kraag. De voor- en achterzijden worden gevormd door een geperforeerd stalen grill die gebogen in het hout is geklemd. De elektronica is identiek aan die van de 63 en recht onder de luidspreker in de houten voet gemonteerd. De luidspreker staat op een zware stalen vloerplaat en is uitermate stabiel en star. De eenheden zijn geheel conform het oorspronkelijke concept, maar opnieuw gemaakt met eerste kwaliteit materialen en uiterst zorgvuldig samengebouwd. Wat direct opvalt is de onwrikbare samenbouw en de totale afwezigheid van enige bewegingsvrijheid van welk onderdeel dan ook.

Luisteren
Als gebruikelijk aangesloten op de Sony TA-FA7ES versterker en idem SA-CD speler SCD-XA333ES, DAT-recorder en overige apparatuur Na het ‘prikken’ in bekende CD’s zoals Elly Ameling met An die Musik van Schubert en een bekend aantal anderen, viel al direct op dat òf de luidspreker niet deugde, òf het oordeel over vrijwel alle opnamen ingrijpend zou dienen te worden herzien!

Een voorbeeld. Bij het afspelen van Beethoven’s vierde met het Concertgebouworkest en Haitink (Philips) viel ineens heel veel op. Uit het interview dat Hans Quant en ik indertijd met Volker Straus hadden (zie elders op de site), bleek al dat deze zo zijn eigen (eigenaardige?) ideeën over opnamen had. Aan zijn kwaliteiten en intenties wil ik uiteraard niets afdoen, maar hij had wel zo zijn eigen opvattingen en manieren. Hij vertelde onder andere dat het orkest in het midden van de zaal staat bij de opnamen (alle stoelen zijn verwijderd) en dat dit ook wel een beetje ten koste van de akoestiek in de opname gaat. Bovendien werkte VS met veel microfoons die dicht op de instrumenten staan, wat ook de akoestiek naar de achtergrond drukt. Dat verhielp hij dan, legde hij uit, door later in een lege zaal de opname af te spelen via elektrostaten en weer met de microfoon op te nemen. Dat signaal werd aan de gemaakte opname toegevoegd om het tekort aan akoestiek te compenseren. Ik heb destijds geschreven dat, hoewel zijn methode bepaald de mijne niet is, de resultaten die hij er mee behaalde, bewijzen dat het zó ook kan. De gebruikte methode was op de ESL 63 (die VS ook gebruikte) niet waarneembaar en evenmin op andere luidsprekers die ik in huis heb gehad.

Bij het afspelen van deze opnamen via de ESL 63 QA hoor je gewoon wat er gebeurt: je hoort dat er iets is toegevoegd, je hoort ineens de lichte holheid die een microfoon voor een luidspreker altijd veroorzaakt. Je hoort al die kleine dingen die tot op heden verborgen bleven en je hoort eens te meer de kwaliteit van de opnamen waarin niet is gemanipuleerd.

Eén van de meest opmerkelijke ervaringen was een opname met Bert van den Brink, gemaakt in de muziekschool in Breda op de zeer fraaie Yamaha CF III S vleugel die ik goed ken, met twee AKG C 414 microfoons (zeer ondergewaardeerde microfoon!). Zo levensecht dat, draai je je om, dan denk je, daar stáát die vleugel! Zoals vriend en pianist André Telderman zei, de vleugel is op deze luidsprekers ineens een meter langer! Inderdaad: een fundament als een huis, maar vooral een middengebied dat echter is dan ik het ooit heb gehoord. Dat gevoel ‘dit is geen luidspreker, dit is een vleugel’. En het maakt ook niet uit wat je draait, jazz, klassiek, pop, orgel, hij vreet alles. De belastbaarheid is onder deze behandeling blijkbaar ook enorm toegenomen, want ook het Van den Heuvel orgel in de Saint Eustache vormt geen enkel probleem en dreunt door de kamer.

Je moet inderdaad je mening over vrijwel alle CD’s herzien. En de manipulatie bij heel veel SA-CD’s wordt alleen maar duidelijker; ze vallen allemaal door de mand. De mooiste CD’s blijken eens te meer die waar weinig of niet aan is gesleuteld en met een zo gering mogelijk aantal microfoons zijn opgenomen; dus Reference Recordings, Telarc, Chandos en anderen. Hoe meer gedoe, hoe meer het opvalt. Niet dat ze daarmee ongenietbaar worden, zeker niet, maar je hóórt het gewoon. Zo hoor je duidelijk de verschillen van opnamen in één doos, van verschillende stukken, waar gemonteerd is, dat veel opnamen over meerdere dagen zijn opgenomen, enzovoort. Je hoort ook dat veel CD’s een soort pseudo- of kunstlaag bevatten en geen echt laag, of dat het opgepept is; het walmt en floddert aan alle kanten. Maar hoe heerlijk als er dan één langs komt die ècht goed klinkt; dat hoor je bij de eerste inzet al en je wéét, dit wordt genieten. Bijvoorbeeld tweede symfonie Rachmaninov op Decca met Ashkenazy als dirigent. Hoewel je ook daar hoort dat Decca knap manipuleerde. De overheersende indruk van het gros van de opnamen is dat de hoofdmicrofoons door de steunmicrofoons ruimschoots worden overheerst: de hoofdmicrofoons zijn zelden echt hoofdmicorofoons. Een fors deel van de opnamen durf ik best met het woord ‘bagger’ te omschrijven en daar zitten heel wat SACD opnamen bij die eerder nog wel aardig leken.

Daarom zijn opnamen als die van Elly Ameling – los van de muzikale inhoud – zo tijdloos, omdat er niks gemanipuleerd is: simpel en rechtuit, dat hoor je direct. Ik ben nooit iemand geweest die CD’s of LP’s kocht vanwege de technische kwaliteit, maar uitsluitend om de muzikale inhoud. Niettemin meende ik toch wel heel veel goede opnamen in de kast te hebben. Dat zijn er veel minder dan ik dacht: er zijn veel beroerde opnamen bij, heel veel matige en verschrikkelijk weinig hele goede. Reference Recordings springt er enorm uit; die zijn eigenlijk allemaal goed tot zeer goed. Vooral Rachmaninov’s Symfonische Dansen (RR-96) is een geweldige opname. En ook de Rachmaninov concerten met Howard Shelley op Chandos klinken fraai, net als de pianowerken van dezelfde componist en Shelley op Hyperion. Iets minder fraai dan ik dacht, maar nog altijd mooi. Oordeel

Nee, mij stoort het niet dat ik nu veel meer hoor; ik draai muziek met net zoveel, zo niet meer plezier dan met de 988. Dat effect heeft een elektrostaat nu eenmaal: je hoort wel dat het beter kan, maar het wordt er gelukkig niet ongenietbaar van. De klank van deze luidsprekers is absoluut transparant, strak, helder en zeer gedefinieerd. Bovendien van een veel steviger fundament in het laag voorzien dan al zijn voorgangers. Ik heb het aflopende laag van de ESL’s altijd gerelativeerd omdat ik het gemis aan wat laag prefereerde boven het waardeloze, vage, flodderige laag van het merendeel van de hedendaagse luidsprekers; het lijkt met de dag erger te worden. Er is nauwelijks een luidspreker met goed laag te vinden, het is allemaal teveel, te ongecontroleerd, onduidelijk, vaag, onmuzikaal en gewoon irritant. Het spreekt vanzelf dat ook ik wel iets meer laag wil, maar alleen als er aan de kwaliteit van het laag geen concessies worden gedaan. In dat opzicht vond en vind ik het laag van een ESL kwalitatief nog steeds beter dan dat van de meeste (kostbare) conusluidsprekers.

Bij deze ESL 63 QA ben ik werkelijk flauw gevallen van verbazing. De luidspreker loopt nu een stuk verder door in het laag, is aanzienlijk hoger belastbaar en behoudt daarbij zijn altijd al uitstekende definitie en doorzichtigheid; geeft zelfs de indruk dat ook dàt nog is verbeterd. Over het gehele bereik is er steeds het gevoel dat de luidspreker aanzienlijk beter is dan de beste opname die je kunt laten horen. In het verleden werd hier en daar wel eens gesteld dat de weergavekant van het proces verder is ontwikkeld dan de opnamekant; ik heb die indruk ook wel eens gesuggereerd. Nou, vergeet het maar: deze luidspreker laat van veel hooggeprezen opnamen ondubbelzinnig en overduidelijk horen wat er in de opname is gebeurd, lees: wat er fout is.

En dat beperkt zich niet tot het laag; ook het middengebied is ‘schoongeveegd’ en het hoog is ‘afgestoft’. Interferentie-effecten die ik altijd aan mijn luisterkamer heb geweten, zijn weg. Dat was dus blijkbaar tòch de luidspreker! Zo luister ik nu stomverbaasd naar de stemmen van Radio 1 t/m 4: het klinkt zó verschrikkelijk beroerd, net als mijn eigen opname van Trocadero die de VPRO pas uitzond: wat moet je in de studio in vredesnaam uitspoken om een behoorlijke opname (al zeg ik het zelf) zó rot te laten klinken? De sprekers zijn hun taalgevoel kwijt en de techniek hun oren. En goedkoper wordt het er niet van...

Resumé
De kop zei het al: dit is het beste wat ik ooit heb gehoord. Zeker, ik ben altijd een elektrostaten liefhebber geweest, ik heb iets met die dingen. Het losse en gemakkelijke, het beetje ijle heeft me altijd aangesproken. Hier is het echter tegelijkertijd ook substantiëler dan voorheen, met als gevolg dat relaties die niet zo weg zijn van elektrostaten nu ook voor deze luidsprekers vallen, hun mening herzien.

En daar valt ook nauwelijks over te discussiëren, want je hoort precies wat er loos is. Dat bijvoorbeeld de houtblazers in het KCO afstandelijker klinken dan het koper omdat die microfoons verder weg staan, of geen steunmicrofoons hebben. Dat de meeste orkestopnamen zijn opgebouwd uit een reeks van bijna voor elk instrument een andere akoestiek. Zeer vermoeiend, onmuzikaal en irritant. Heel veel oude opnamen van voor de oorlog klinken in akoestische zin ineens beter dan talloze veelgeprezen Decca’s uit de jaren zestig. Je kijkt er als het ware dwars doorheen en hoort precies waar de microfoons staan. Op ontdekkingsreis door je eigen platenkast: een vaak onthutsende ervaring.

De ESL 63 QA is een fantastische luidspreker, ik heb het gevoel dat ik voor het eerst de genialiteit van Peter Walker ècht hoor, dat zijn ontwerp voor het eerst klinkt zoals het was bedoeld. Dat noem ik origineel. Ik ben aan het sparen.

Quad Musikwiedergabe ESL 63 QA - € 9490,-- per paar
Quad Musikwiedergabe ESL 57 QA - € 7790,-- per paar

Quad-Musikwiedergabe GmbH
Brunnenstrasse 57, 56751 Gering, Bundesrepublik Deutschland
tel. + 49 (0) 2654 987977
e-mail: quad.ger@t-online.de
www.quad-musik.de

 

<< Terug