quad versterker, quad luidspreker, revisie, ombouw, reparatie
Armand van Ommeren
Kerkstraat 56
4854 CG Bavel
The Netherlands
0161-432451
armand@quadrevisie.nl
KvK Breda 20064173



<< Terug
 

Test Quad 11L en 12L
Betaalbaar muzikaal

 

©Armand van Ommeren, november 2005

 

Terugdenkend aan de Kef Cresta uit eind jaren zestig roepen deze Quads heel wat herinneringen op, maar is niet de doorbraak die de Cresta toen was. De Kef Cresta was het product van een gedreven mens die heel goed snapte waar het muzikaal om ging en dat deskundig invulde. Ik heb het over Raymond Cooke, oprichter/eigenaar van KEF. Zijn collega Peter Walker, oprichter/eigenaar van Quad was minstens even gedreven en deed hetzelfde met elektrostaten. Beiden hadden respect voor elkaar omdat ze met verschillende middelen en uitgangspunten met hetzelfde bezig waren. Raymond vertrouwde me bij de introductie van de Kef 103/3 ook toe dat, wat iemand ook mag beweren, de Quad ESL toch het grote voorbeeld voor elke luidsprekerbouwer is. Deze beide luidsprekers van Quad hebben wel iets van die erfenis, maar dragen ook een stuk marketing met zich mee. Onontkoombaar blijkbaar in deze dagen. Kom ik nog op terug.



Tweeweg
Spreken we over conusluidsprekers, gewone conventionele luidsprekers dus, dan is het tweewegsysteem nog altijd het aangewezen systeem. Een tweewegsysteem is het ideale compromis tussen een aantal problemen: intermodulatievervorming en kleuring in de overgangsgebieden.



Intermodulatie
Een gemakkelijk te begrijpen fenomeen: wanneer het gehele muzikale spectrum weergegeven wordt door één luidspreker met één conus kan er een probleem ontstaan op het moment dat zowel een strakke hoge toon als een krachtige bas weergeven moet worden. Die strakke toon van 1,5 kHz of zo van een fluit, een zangstem of piano wordt door de krachtige bas van 75 Hz behoorlijk gestoord: intermodulatievervorming; de bas ‘rafelt’ als het ware de hogere toon. Wat er gebeurt, is dat de conus grote uitslagen moet volgen en de in beweging gezette massa van de conus is niet meer in staat tegelijkertijd ook de subtiele beweging van het hoog goed te volgen. De vervorming loopt al snel in de tientallen procenten en kan de weergave totaal vergallen.

De geijkte oplossing is het laag en het midden/hoog te splitsen en door afzonderlijke luidsprekereenheden te laten verzorgen. Uiteraard ontstaat dan de discussie waar je het muzikale spectrum moet splitsen voor een optimaal resultaat en daar kun je verschillend tegenaan kijken. Naast de frequentieomvang speelt ook de belastbaarheid hier een rol: de meeste energie zit in het middengebied (200 – 3.500 Hz) en dat pleit ervoor om niet te vroeg te splitsen want dan krijgt de basluidspreker het wel héél erg zwaar voor zijn kiezen. Anderzijds willen we liever niet in het middengebied splitsen omdat het gehoor daar zo gevoelig is. Vandaar dat heel veel tweewegsystemen ergens rond de 3 of 3,5 kHz van de woofer naar de tweeter splitsen. In een driewegsysteem zou je echter ideaal kunnen werken: bij 200 of 300 Hz naar de middentoner en bij 3,5 kHz naar de tweeter. Een ideale taakverdeling. Maar helaas niet zonder nadelen. Daarover straks.

Wisselfrequentie
Wanneer twee luidsprekereenheden samen het muzikale spectrum weer moeten geven, is er onvermijdelijk een gebied waarin het signaal van de ene naar de ander gaat; in dat gebied zijn beide dus actief. En dat is een heel groot probleem. Ik zal proberen dat uit te leggen.

Houden we het even bij de scheiding tussen laag en hoog. Voor het laag wordt bijvoorbeeld een conus van 20 cm gebruikt en voor het hoog een kleintje van 2,5 cm. Doorgaans zitten die dan ook nog naast elkaar en dat geeft dan nog een extra probleem. Stel dat de woofer – de grote – tot 3.000 Hz werkzaam is en dat het kleintje het vanaf dat punt tot 20 kHz overneemt. Los van de kwaliteiten van beide eenheden in hun eigen werkgebied rijst een aantal problemen:

1. Er is een zeker gebied waarin beide eenheden werkzaam zijn.
2. In het overgangsgebied komt het geluid van twee verschillende plaatsen tegelijk.
3. De afval van beide eenheden is zelden gelijk.
4. Het gedrag van de eenheden is in het grensgebied zelden nog optimaal.
5. De fase in het overgangsgebied is heel kritisch.
6. De overgang in of aan de rand van het middengebied bevindt zich in het gebied waar ons gehoor het gevoeligst is.

De problemen in het overgangsgebied van woofer naar tweeter, of van welke twee luidsprekereenheden ook kunnen niet overschat worden: die zijn gigantisch. Toch is het principe eenvoudig genoeg: van de laagste frequentie naar boven gezien moet je de woofer (basluidspreker) laten ophouden voordat deze zijn goede eigenschappen verliest en je moet de tweeter (hoge tonen luidspreker) niet laten beginnen voordat hij goede eigenschappen heeft. Dat klinkt heel wat simpeler dan het is. Kijken we terug naar die goede oude Cresta van Rayond Cooke dan zien we daar een bijzonder geslaagde combinatie omdat de woofer (de beroemde B 110) het tot ver in de 3000 Hz volhoudt en de tweeter (T 27) daar al behoorlijk zijn kwaliteiten laat horen. Doordat beide luidsprekers elkaar ver overlappen in bereik, kan het overgangsgebied heel geleidelijk worden behandeld en worden bijeffecten vermeden. Door de eisen in het laag beperkt te houden – in der Beschränkung zeigt sich der Meister – komt de B 110 nooit in het gevarengebied en heeft de Cresta wel zijn beperkingen, maar wat er uit komt is voortreffelijk. En dat is nog steeds zo, ik luister er dagelijks naar. Wel een speakertje uit 1967!!

Goed. Met een wisselfrequentie van 2 kHz bij deze Quads gaat het geluid dus van de woofer naar de tweeter en dat betekent dat op dat punt beide luidsprekers samen het gewenste niveau afgeven. Op dat moment komt het geluid van twee plaatsen tegelijk, wat onrust en meestal ook faseproblemen veroorzaakt. En dat is nog eens in het middengebied ook waar ons gehoor alles hoort. Dat komt overigens omdat dat het gebied van de menselijke stem is, heel logisch eigenlijk.

Nog meer ellende
Zou je dan aanvankelijk denken dat het opdelen van het muzikale spectrum in meerdere gebieden winst oplevert, dan ontdek je al snel dat het tegendeel het geval is. Want kun je met een tweewegsysteem – met één overgang dus – de overgang met kunst- en vliegwerk nog buiten het meest kritische gebied (het middengebied, dat van de menselijke stem) houden, bij een drie of nog meer weg lukt dat niet meer. En als je niet uitkijkt heb je zelfs twee van die ellendige overgangen in het middengebied. Eén van de best geslaagde driewegsystemen vind ik nog steeds de aloude AR 3A in gemodificeerde vorm: een schitterende middentoner die echt het midden deed (400 – 3.500 Hz) en ter weerszijden een fraaie tweeter en een der beste woofers ooit. Afgezien van dat ontwerp vind ik vrijwel alle drie- of meerwegsystemen teleurstellend. De betere luidsprekers zijn vrijwel zonder uitzondering tweewegsystemen. Kort gezegd: een tweewegsysteem heeft één probleem, een drieweg twee, enzovoort.
Quad dus
Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik voor mijn dagelijkse muziekrantsoen elektrostaten gebruik – van Quad. Dat begon in 1972 met de ESL 55 (die ze nu ineens ESL 57 noemen?!), later kwam de ESL 63 en sinds een jaar of twee is het de ESL 988 in de blauw/grijze uitvoering. Geruime tijd geleden kwam Quad ook met ‘gewone’ luidsprekers en ik was meteen nieuwsgierig. Hier het resultaat.

Er is de afgelopen jaren bij Quad veel gebeurd; Peter Walker, de vader van Quad is overleden en zijn zoon Ross had al daarvoor het bedrijf zoal niet te grabbel gegooid dan toch minimaal aan de rand van de afgrond gebracht. Dankzij liefhebbers met geld en inzicht leeft het bedrijf nog en zijn een paar belangrijke producten zoals die ESL nog te koop. En terecht. Met de elektronica van nu heb ik minder affiniteit; de typische eigenwijze benadering is na de 66 serie verloren gegaan en ik betreur dat zeer. Vooral de afstandsbediening (‘sceptor’ genaamd) van de 66 was bijzonder en dat had men vol moeten houden. Zoals bijna iedereen in audioland loopt men teveel met de trend mee. Allemaal willen ze meedoen en lopen met de groten mee. Eigenlijk zijn er twee trends: die van de high-end klasse (flauwekul om indruk te maken; slaat doorgaans alleen op de prijs) waar kostbare materialen worden gebruikt om een matig ontwerp status te geven of omgekeerd. Het komt maar zelden voor dat beide van hoog niveau zijn. Visueel allemaal prachtig, maar die fraaie materialen zijn zelden nodig voor de prestatie, uitsluitend voor de status en het prijsniveau. Witgouden kerstboomballen voegen voor de toevallige passant niets toe; alleen voor degene die ze betaald heeft… en de leverancier uiteraard!

Stereo is voor fabrikanten kennelijk niet goed genoeg meer – hoewel sommige fabrikanten nu toch weer aarzelend met stereo op de markt komen omdat ze kennelijk hun eigen marketing wantrouwen – het aantal kanalen neemt met elk seizoen toe, net als het aantal cd- en dvd-varianten. Het is om stapelgek te worden. Men propageert dan ook nog met droge ogen tegelijkertijd mp3/wma en 11.1 kanalen surround. Laat ik niet overdrijven, maar één ding moet me van het hart: als je de moderne literatuur leest en je hebt geen verstand van techniek dan leg je het direct terzijde vanwege de absoluut onbegrijpelijke en irrelevante inhoud. Heb je er wél verstand van dan schiet je in de lach van zoveel onzin en leg je het ook terzijde. Dat is marketing vrienden, die praten elkaar allemaal na en durven voor elkaar niet onder te doen. Daardoor lees je overal hetzelfde, de verkoper in de winkel komt ook niet verder en niemand durft dat pad te verlaten want het gáát al zo slecht.

12L (€ 350 p.st.)

Een kleintje (24,5 x 20,5 x 35 cm) en een tweeweg systeem. Van binnen verstevigd en voorzien van een verzorgd uitgevoerd wisselfilter en wat weinig demping. De wisselfrequentie is 2,2 kHz en de nominale impedantie 6 ohm. Het is een open systeem met twee poorten op de achterzijde. De woofer meet 13 cm en de tweeter 25 mm en die laatste heeft een textiel-dome. Ook de woofer heeft een textiel conus, afgekeken van B&W met zijn Kevlar-conus? Hij is alleen zwart, niet geel. De afwerking is bijzonder fraai en sober. Zoals de marketing van tegenwoordig voorschrijft is ook deze luidspreker van bi-wiring/bi-amping aansluitingen voorzien met volstrekt krankzinnige doorverbindingen die het bijna onmogelijk maken gewoon één kabel en één versterker te gebruiken, tenzij je banaanstekkers gebruikt. Dit alles om het de handel mogelijk te maken u te verleiden tweemaal zoveel aan kabel uit te geven dan nodig is. Jammer dat de grote fabrikanten van vroeger ook niet meer het karakter hebben om die luchtballonnen door te prikken.

Aangesloten op het Sony ES-systeem beneden (en ook op de gerenoveerde Quad 33/303/FM3/AM3 set op mijn werkkamer) werd de Quad 12L uitvoerig beluisterd. Direct vielen hier twee dingen op: het laag zou beter gecontroleerd mogen worden en het hoog loopt heel ver door en is van zeldzame klasse. Beginnen we met het laag.

De woofer is van goede kwaliteit, maar de demping van de kast laat te wensen over. Er is te veel laag in het gebied juist boven het diepste laag. Gek genoeg is het wel behoorlijk onder controle, het is niet dat fladderende laag waar we tegenwoordig bijna steeds door geteisterd worden. Toch verdient het aanbeveling te experimenteren met schuimrubber proppen in de beide poorten van de achterzijde. Sterk punt is dat van veel muziek de baspartijen heel goed te volgen zijn; het laag is wel goed getekend, verrassend goed voor zo’n kleintje. De prijs die je daarvoor betaalt, is het feit dat het in een klein gebied wat te veel is: vlak voor dat het echt afvalt, loopt het kennelijk op. Een klankregeling is nagenoeg onmisbaar, maar dat vind ik altijd. Experimenteren met de opstelling en opvulling van de poorten loont zeer zeker. Eén poort afsluiten en de andere dempen kan ook resultaat opleveren. Iets te weinig laag is te prefereren boven te veel.

De overgang naar de tweeter verloopt uitstekend; bij een wisselfrequentie van 2,2 kHz neemt men wel enig risico omdat deze frequentie in een belangrijk stuk van het middengebied zit – zoals we eerder zagen – en vooral op stemmen is dat al snel te horen. Hier niet; stemmen komen er goed uit, beter dan gemiddeld op luidsprekers van dit formaat en zeker van deze prijs. Meestal gaat het juist in dit gebied mis; Quad heeft kans gezien het moeilijke middengebied zeer goed onder controle te houden.

In het hoog is deze luidspreker een uitblinker: of de tweeter werkelijk tot 47 kHz doorloopt zoals men stelt, weet ik niet – het zal wel, maar het interesseert me totaal niets. Ja ik weet het, sacd en dvd-a lopen theoretisch door tot 100 kHz en alle (of alléén?) verkopers en leveranciers horen het en het is belangrijk. Hoe zou het dan komen dat men om dat moois allemaal te demonstreren steeds roept dat het juist de analoge opnamen van vroeger zijn die er zo goed uitkomen? “De analoge klank eindelijk bereikt” roept men dan en draait een opname met Dave Brubeck – Take Five van Paul Desmond – opname uit juni 1959 waarvan vaststaat dat het origineel boven 12 kHz helemaal niets meer bevat. Dat is net zoiets als racebanden testen met een Eend. Of een wijnproeverij met knoflookbrood. Terzijde: één van de mooiste opnamen die ik de laatste tijd hoorde was de nieuwe Beethoven-cd (de drie sonates op. 31) van Paul Lewis op Harmonia Mundi en dat was een ‘gewone’ cd. Schitterend! Zie de bespreking *

Maar de tweeter van deze Quad 12L is prachtig en dat maakt van de 12 een fraaie luidspreker: geen spoor van irritatie en mooi getekende strijkers. Een heel erg zware versterker heeft hij niet nodig, met ca. 50 watt per kanaal is hij meer dan goed bediend. Gecombineerd met de oude trouwe 33/303 een prima combinatie.

PS: Quad brengt een kostbare en fraaie versie van de Quad II buizenversterker uit, maar zou veel verstandiger een opnieuw opgezette 33/303 uit dienen te brengen.

11L (€ 250,--)

Globaal hetzelfde beeld. Een iets kleinere luidspreker – het scheelt bijna niets – en de opzet is helemaal identiek. Eerlijk gezegd vraag ik me af waarom men hier twee modellen aanbiedt? De kast is nauwelijks kleiner; de woofer wel en dat hoor je. De belastbaarheid is uiteraard geringer, dat is eigenlijk het enige punt. Bij grotere werken zit de 12 wat ruimer in zijn jas. Daar staat tegenover dat de beperking die de 11 in het laag heeft wel zegenrijk werkt. Anders gezegd de 11 klinkt iets schoner in de lagere regionen.

Resumé

Twee erg aantrekkelijke luidsprekers die zeer fraai afgewerkt zijn. De gemaakte keuzes deel ik niet helemaal, en ik zou denk ik toch zonder meer voor de kleine 11L kiezen. Met wat extra demping kan de 12L meer aan, maar in hoeverre dat nodig is hangt van de luistergewoontes af. Ben nu wel benieuwd naar de 22L en ga maar eens proberen die van de importeur los te peuteren. Ondanks aanmerkingen twee aantrekkelijke luidsprekers voor een betaalbaar bedrag.

 

<< Terug